Voor wie zorgt
Taboe top tien: Nee ik was jouw billen niet
Als je partner ziek wordt dan verzorg je hem of haar. Daar is meestal geen discussie over. Dat verwacht de zieke, dat verwacht de omgeving en dat verwacht je zelf vaak ook. Je vraagt er niet om om mantelzorger te worden, dat overkomt je in de meeste gevallen. Maar niet iedereen is in de wieg gelegd om goed voor de ander te zorgen: de een heeft nu eenmaal meer zorg-genen dan de ander en daar wordt maar weinig over gesproken.
Om te beginnen zijn er genoeg mensen die niet (goed) aanvoelen wat de ander nodig heeft. Ze gaan gewoon de hele dag naar hun werk zonder eten of drinken bij de zieke partner met hoge koorts neer te zetten of bellen niet uit zichzelf de arts, terwijl dat wel zou moeten. Dat is vaak geen onwil, ze zien het domweg niet. Ze willen gerust iets voor de zieke doen, maar dan moet je wel specifiek zeggen wat ze moeten doen. En als de zieke dat niet kan, heb je een probleem. Er is dan vaak sprake van een vorm van autisme bij de niet-zo-goed-zorgende partner.
Er zijn ook mensen die heel fysiek reageren op ziek en zeer, zonder dat ze er iets aan kunnen doen. Die vallen flauw als ze bloed zien, worden misselijk als ze ontlasting of braaksel moeten opruimen. Of ze voelen weerzin in het algemeen tegen zieke mensen, ook hun eigen partner. Ik ken een vrouw die al heel lang getrouwd was. Ze had een lieve, zorgzame man, maar toen hij een lichte hersenbloeding kreeg en wat verzorging nodig had zei ze: ‘Jij moet naar het verpleeghuis, want ik houd niet van zieke mensen.’
Meer van dit soort artikelen?
Alle informatie en hulp op één plek, direct op je telefoon. Scan de QR-code en download de app gratis.
Psychosociaal therapeut Jantine Dijkstra noemt nog een andere variant. ‘Soms schiet de gezonde partner in de slachtofferrol. Die kan er helemaal niet tegen om te moeten zorgen, omdat die vroeger vaak zelf verzorgd is. Als die opeens de zorgrol krijgt, is dat helemaal niet zijn bedoeling (…). Sommige mensen zijn geestelijk niet zo sterk, die kunnen dat niet aan. Je ziet dan dat de zieke sneller naar een hospice of verzorgingshuis gaat. Dat kan soms wat cru lijken, maar uiteindelijk is het een win-win situatie, want dan kun je weer partners zijn. Dan hoef je niet meer te zorgen en kun je gewoon op de rand van het bed gaan zitten en de hand van de ander vasthouden.’
Wat ook mee kan spelen in haperende zorg voor de zieke partner is het gedrag van de zieke. Niet iedereen is goed in zorgen en niet iedereen is goed in ziek zijn. Er zijn zieken die zich onmogelijk gedragen, eisend en manipulatief zijn en dan kan de zorgende partner gaan denken: ‘Bekijk jij het even. Ik loop het vuur voor jou uit mijn sloffen en krijg stank voor dank.’ Ook als de relatie niet goed is kan dit gebeuren. Dan worden de lontjes kort, er wordt gebekvecht en daar kan de zorg onder lijden.
Kortom, er zijn heel wat situaties waarbij de zorgende partner niet alle zorg geeft die nodig is. Als je merkt dat dit bij jou het geval is, schakel dan hulp in. Ga langs de huisarts en leg de situatie uit. Thuiszorg (indien beschikbaar) kan een oplossing zijn of het inzetten van je netwerk of vrijwilligers. Ik kreeg bijvoorbeeld de keuze om zelf te leren de nierdrain van mijn man te verzorgen of thuiszorg in te schakelen. Ik koos voor dat laatste, omdat ik geen medische achtergrond heb en het doodeng vond om dat zelf te moeten doen. Je hoeft je niet te schamen om hulp in te roepen: je kunt nu eenmaal niet overal goed in zijn en soms is het beter als iemand dan taken van je overneemt.
Meer artikelen
Voor wie zorgt
Familie in harmonie samenwerken
Familie is een complex onderwerp. Je kunt van elkaar houden, maar je kunt je ook...
Geschreven door : Maria Grijpma
Voor wie zorgt
De verschillen tussen particuliere en reguliere woonzorg
Er zijn verschillen tussen particuliere en reguliere woonzorg. We hebben de kenmerken van een particuliere...
Geschreven door : Filica
Voor wie zorgt
Taboe Top Tien – Financiële stress en botsende belangen
Soms heb je om te gaan met hele nare bijverschijnselen als je partner ernstig ziek...
Geschreven door : Jessica van Hooff